Top Bouwexpertise biedt ook EPC-NR aan

Vanaf 2023 moet elk groot niet-residentieel gebouw (groter dan 500 m²) dat verkocht, overgedragen of verhuurd wordt, over een (nieuw type) EPC NR beschikken. Vanaf 2026 zullen alle niet-residentiële gebouwen (ook publieke!) in het bezit moeten zijn van een EPC NR, los van een overdracht of verhuur. Stapsgewijs zal de overheid deze gebouwen een minimum energielabel opleggen, om tegen 2050 klimaatneutraal of 100% hernieuwbaar te zijn.

Het nieuwe EPC NR wordt een combinatie van een gemeten aandeel hernieuwbare energie (een bindende eis) en een theoretisch berekend, vereenvoudigd EPC-kengetal (indicatief). Dit EPC zal opgesteld worden door een (nieuw type) energiedeskundige type D.

Top Bouwexpertise biedt vanaf heden ook EPC niet residentieel voor panden groter dan 500 m² aan.  Vraag hier een offerte aan.

Vanaf wanneer en voor wie is een asbestattest nodig?

Vanaf 23 november 2022 heeft u een asbestattest nodig bij de verkoop van een pand dat is gebouwd voor 2001. De inhoud van het attest moet bekend gemaakt worden aan de koper van het pand bij het ondertekenen van het compromis.

Het asbestattest voor appartementen en mede-eigendom

Ook appartementen dienen ok over een asbestattest te beschikken bij verkoop. Indien een eventuele garage op een niet-aanpalend perceel staat dient er ook voor de garage een apart attest te zijn. Vanaf 2025 is er voor de gemeenschappelijke ruimtes van appartementsgebouwen ook een asbestinventaris vereist.

Het asbestattest voor verhuurders

Als verhuurder van een pand dat gebouwd is voor 2001 moet u pas in 2032 beschikken over een asbestattest. Beschikt u al sneller over een asbestattest? Dan moet u van zodra u beschikt over een asbestattest, een kopie van het attest overhandigen aan uw (nieuwe) huurder.

Het asbestattest voor bedrijven en werkgevers

Elke werkgever is volgens de federale arbeidswet verplicht om een asbestinventaris op te laten stellen voor alle gebouwen waarin hij werknemers tewerkstelt.

Het asbestattest voor elke eigenaar

Vanaf 2032 moet elke eigenaar van een pand dat gebouwd is voor 2001 beschikken over een asbestattest.

Is een monstername van pleisterwerk verplicht en is een monstername zonder schade mogelijk?

De monstername is een steekproef om de aanwezigheid van asbest vast te stellen. In samenspraak met de eigenaar doet de asbestdeskundige dit op weinig zichtbare plaatsen.

Monstername zonder schade

Top Bouwexpertise doet monstername zonder schade aan te richten door bijvoorbeeld een stopcontact te demonteren en zo vervolgens een monstername uit te voeren.

Een asbestdeskundige is niet verplicht om monsters te nemen en een eigenaar mag ervoor kiezen om dat te weigeren. De consequentie is wel dat de asbestdeskundige het materiaal dan als “asbestverdacht” opneemt in het asbestattest.

De wetgeving stelt dat een asbestverdacht materiaal als asbesthoudend moet worden beschouwd, tenzij een labo-analyse aantoont dat het geen asbest bevat.

Voor sommige asbestverdachte materialen is het uitsluiten van het asbesthoudende karakter met het blote oog niet mogelijk. In dat geval zal de asbestdeskundige een monster willen nemen voor labo-analyse. Doet de asbestdeskundige dit niet dan rapporteert hij/zij het materiaal als asbesthoudend.

Per asbestverdacht materiaal dat in de asbestinventarisattest beschreven wordt, heb je asbestdeskundige maar 2 mogelijkheden: geen asbest, of wel asbest, en dat wil je uiteraard als eigenaar zo weinig mogelijk in het verslag, dus monstername is een must.

Heeft een asbestattest een vervaldatum?

De standaard geldigheidstermijn van een asbestattest is tien jaar.

In sommige gevallen kan een kortere geldigheidstermijn toegekend worden Als er in het gebouw asbesthoudende materialen aanwezig zijn die een hoog risico inhouden, is de geldigheidstermijn beperkt tot 5 jaar. De geldigheidsduur is enkel van belang bij een overdracht.

Een asbestattest is niet meer geldig als…

  • De geldigheidsdatum voorbij is. De geldigheid van het attest vervalt dan automatisch.
  • Er een recenter asbestattest werd opgesteld voor hetzelfde huis. Alle oudere attesten zijn automatisch niet meer geldig als er voor hetzelfde huis een nieuw attest wordt opgesteld.

Bij gewijzigde situaties kan een nieuw asbestattest nodig zijn. Er moet een nieuw attest opgesteld worden binnen het jaar na de vaststelling van:

  • De aanwezigheid van ‘nieuwe’ asbesthoudende materialen.
  • De verwijdering van asbesthoudende materialen waardoor het gebouw asbestveilig is geworden.
  • Een wijziging in de toestand van asbesthoudende materialen door een calamiteit of een incident zoals bvb. een beschadigde leidingisolatie door lek in de leiding of een beschadigd dak na storm of brand.

Mijn gebouw zal na de verkoop gesloopt worden. Is een asbestattest dan nog nodig?

Bij de verkoop of overdracht van een gebouw moet de eigenaar over een asbestinventaris beschikken in de vorm van een asbestattest. Een andere vorm van asbestinventaris is niet geldig.

De opmaak van een asbestattest wordt standaard uitgevoerd via een niet-destructief onderzoek.

Indien er een gebouw overgedragen wordt met het oog op sloop of renovatie, kan de gecertificeerde asbestdeskundige toch een destructieve inventarisatie uitvoeren voor de opmaak van een asbestattest, waarmee die tegelijk ook de inventaris voor sloop of renovatie maakt.

De OVAM kan perfect een geldig asbestattest afleveren op basis van een destructief uitgevoerde asbestinventarisatie. Dit asbestattest is dan ineens voor de aannemer voldoende om mee aan de slag te gaan.

Alles over de nieuwe trend: Geïsoleerde serres

Het is de droom van veel mensen: een glazen serre met uitzicht op een prachtige tuin. Grote ramen, een prachtig dak en natuurlijk stevig materiaal. De glazen serre is én blijft razend populair. Niet gek, want een glazen serre heeft veel voordelen. Denk bijvoorbeeld aan meer ruimte en natuurlijk meer licht in huis. Maar ook een hogere waarde van je huis. Maar tegenwoordig kiezen steeds meer mensen voor een geïsoleerde serre. Maar wat zijn de voordelen van een geïsoleerde serre en waar moet je op letten?

Duurzaamheid

Denk je aan geïsoleerde serres, dan denk je natuurlijk aan isolatie. Een geïsoleerde serre beschikt over hoge isolatiewaardes en is daardoor duurzaam. Door hoogwaardige materialen te gebruiken en driedubbel glas (triple-glas) zijn geïsoleerde serres stevig en duurzaam. Hierdoor beschikt de glazen serre over een optimale regeling van temperaturen binnen het huis en de serre. Wie wil dat nu niet?

Voordelig voor je portemonnee

Serres met hoge isolatiewaardes zijn niet alleen voordelig voor het klimaat, maar vanwege de lage stook- en verbruikskosten ook nog eens voordelig voor uw portemonnee. Afgelopen jaren lag de focus steeds meer op energiebesparend wonen. Dit is nodig voor het klimaat. Met een geïsoleerde serre zet je daarom een mooie eerste stap naar een betere toekomst. Daarnaast is een serre voordeliger dan een aanbouw en krijgt u meer ruimte in huis.

Het hele jaar door genieten

Met een geïsoleerde serre geniet u het hele jaar door van extra woongenot. Een geïsoleerde serre zorgt namelijk voor een optimale temperatuur. Zo geniet je in warme maanden van een koele temperatuur in de serre en juist in de koudere maanden van een warme temperatuur. Heerlijk toch? Want hierdoor geniet je dus het hele jaar door van je glazen serre ongeacht het weer buiten.

Bron: bouwenwonen.net

Verplicht energielabel voor grote niet-residentiële gebouwen

De Vlaamse regering plant een verplicht energielabel voor alle grote niet-residentiële gebouwen tegen 2025.

Vanaf 1 januari 2023 wordt een EPC bij verkoop en verhuur voor grote niet-residentiële gebouwen verplicht (= EPC-NR). Vanaf 1 januari 2025 gaan we nog een stapje verder: voor ieder groot niet-residentieel gebouw zal het verplicht zijn om over zo een EPC met energielabel te beschikken, ook zonder overdracht of zonder dat het pand verhuurd wordt. Vanaf 2030 zal er een minimumlabel aan gekoppeld worden.

Een EPC geeft een objectieve beoordeling van de energieprestatie van een gebouw. Het EPC NR zal daarnaast, en vooral, een begeleidingstool zijn, in het renovatietraject van een niet-residentieel gebouw naar de langetermijndoelstelling.

Tegen 2050 moet de CO2-uitstoot van alle gebouwen drastisch gereduceerd wordt. Voor niet-residentiële gebouwen (zoals winkels, scholen, sportcomplexen, kantoorgebouwen,…) betekent dat ‘koolstofneutraal’ zijn.

Bron: energiesparen.be

Een EPC heeft twee complementaire indicatoren 

Het werkelijk gemeten aandeel hernieuwbare energie zal in de toekomst de basis vormen van het energieprestatielabel. Deze parameter legt een directe link met de langetermijndoelstelling. Daarnaast, als secundaire indicator, wordt de gebouwprestatie en de energie-efficiëntie van de installatie beoordeeld, op basis van een berekende energiescore.

Label op basis van gemeten aandeel hernieuwbare energie

Aan het gemeten aandeel hernieuwbare energie zullen minimale prestatie-eisen opgelegd worden. Dit aandeel wordt bepaald als de verhouding van de totale gebruikte hernieuwbare energie tot het totale energieverbruik.

Een label gebaseerd op het aandeel hernieuwbare energie heeft de volgende voordelen:

  • Het energieprestatielabel richt zich op het behalen van de langetermijndoelstelling en geeft een goede indicatie van de afstand van het gebouw tot de lange termijndoelstelling. Bijgevolg kan er efficiënter gestuurd worden naar koolstofneutraliteit.
  • Omdat het energieprestatielabel gebaseerd is op metingen van het werkelijke energiegebruik, garandeert een goed label dat het gebouw ook werkelijk goed presteert of minstens het potentieel hiervoor heeft.
  • Door de grote verscheidenheid aan niet-residentiële gebouwen is het moeilijk om een algemene waardering te geven aan energiebesparende maatregelen. Het EPC NR houdt daar rekening mee: het beoordeelt de gebruikte hoeveelheid hernieuwbare energie ten opzichte van het totale energieverbruik.

Vereenvoudigd berekende energiescore

In lijn met de andere EPC’s (voor woongebouwen), wordt voor het EPC NR ook een energiescore berekend. Het aandeel hernieuwbare energie doet immers geen uitspraak over de energie-efficiëntie van het gebouw op zich. Daarom blijft een EPC-kengetal als secundaire indicator nodig.

De energiescore geeft een objectieve indicatie van de energieprestatie van gebouw(eenheid) en zijn installaties voor verwarming, koeling, SWW, verlichting, bevochtiging en ventilatie.

De energiescore is voor het EPC NR louter informatief en sensibiliserend. Het vormt geen basis voor een eis of verplichting en heeft niet de bedoeling om werkelijke energiegebruiken tot bij benadering te gaan berekenen.

De energiescore heeft de volgende voordelen:

  • In het geval van een EPC NR volstaat een grove berekening, zodat de inspanning van de energiedeskundige beperkt wordt gehouden dan bij een gedetailleerde rekenmethode.
  • De berekening van de energiescore geeft de gebruiker inzicht in de kwaliteit van zijn gebouw. De energiescore vormt daardoor ook de basis voor een eenvoudig renovatieadvies.
  • Met dit kengetal is de gebouwgebruiker in staat de energieprestatie van de gebouw(eenheid) op een eenvoudige manier te vergelijken met soortgelijke gebouwen of met een referentie.

Bron: energiesparen.be